Stacks Image 104
Stacks Image 107


Het Verdrag van New York ter bestrijding van de mensenhandel en van de uitbuiting van de prostitutie van anderen, is een resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

De preambule verklaart:

“Overwegende dat prostitutie en het kwaad dat ermee gepaard gaat, namelijk mensenhandel voor prostitutiedoeleinden, onverenigbaar zijn met menselijke waardigheid en daardoor het welzijn van het individu, van de familie en van de gemeenschap in gevaar brengen…”

Het verdrag werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 2 december 1949 en trad in werking op 25 januari 1951. Anno 2012 hebben 82 landen het verdrag ondertekend (zie plan). Overigens hebben 13 andere landen het verdrag ondertekend maar niet geratificeerd.

De ondertekenende partijen van het verdrag zijn overeengekomen om een straf op te leggen aan iedere individu die, om andermans passies te bevredigen:

• Iemand in de prostitutie tewerkstelt, sleurt of gijzelt, zelfs met instemming van de persoon in kwestie;
• Prostitutie van anderen uitbuit, zelfs met instemming van de persoon in kwestie.

De ondertekenende partijen van het verdrag zijn overeengekomen om ook een straf op te leggen aan iedere individu die:

• Een prostitutiehuis bezit, leidt, financiert of helpt financieren;
• Een gebouw of een onderdeel van een gebouw bewust huurt of verhuurt om prostitutie van anderen uit te buiten.

Het Verdrag voorziet ook procedures om op internationaal niveau mensenhandel voor prostitutiedoeleinden te bestrijden, waaronder de uitlevering van delinquenten.

Bovendien engageren de ondertekenende partijen zich om de nodige maatregelen te nemen om toezicht te houden op aanwervingsbureaus en ervoor te zorgen dat mensen die een baan zoeken, en in het bijzonder vrouwen en kinderen, niet bloot gesteld worden aan het gevaar van prostitutie (artikel 20).

Als er tussen de ondertekenende partijen van het verdrag een geschil zou ontstaan betreffende de interpretatie of de toepassing ervan, en als het geschil niet kan worden geregeld door andere middelen, zal het op vraag van een van de partijen voorgelegd worden aan het Internationaal Hof van Justitie (artikel 22).

Zie website United Nations.

Link naar de volledige tekst van het Verdrag.